Posts tonen met het label interview. Alle posts tonen
Posts tonen met het label interview. Alle posts tonen

dinsdag 18 november 2008

Interview: ERIK MEIJER SCOORT ALS VANOUDS BIJ ALEMANNIA AACHEN

Op weg naar het interview met voormalig voetbalvedette Erik Meijer kom je op de Krefelderstrasse langs het in aanbouw zijnde ‘nieuwe’ Tivoli. Als een karkas van een walvis begint de betonnen kolos de contouren van een voetbalstadion te tonen. Dat hier iets moois aan het groeien is, laat geen twijfel. Aken ademt voetbal en de traditierijke club stelt alles in het werk om zo snel mogelijk terug te keren naar de Bundesliga. Erik Meijer is momenteel voor Alemannia Aachen werkzaam als marketingmanager. In deze functie is het ruwweg zijn taak het nieuwe stadion vol te krijgen met sponsors. Na een rondleiding door het uit 1929 stammende ‘oude’ Tivoli nemen we plaats in de persruimte, waar Erik goedlachs de vragen op zich af laat komen. Het interview is opgedeeld in drie deelonderwerpen: 1. Terugblik op zijn voetbalcarrière. 2. Zijn huidige werkzaamheden. 3. Zijn mening over FC Limburg.

1. Terugblik op zijn voetbalcarrière

Q: Je hebt bij vele clubs in verschillende landen en competities gespeeld. Aan welke club/competitie bewaar je de mooiste herinnering?
A: Iedere club en competitie heeft zijn charme. Ik zou je vraag in drie delen willen beantwoorden. Qua gezelligheid en speelplezier noem ik mijn tijd bij MVV. Ik ben via Fortuna Sittard, FC Antwerp en FC Eindhoven door toedoen van Sef Vergoossen in Maastricht beland. We hadden een prachtig team en trokken naast het voetbal ook privé veel met elkaar op. Weet je dat in mijn jaren bij MVV de voertaal in de kleedkamer Limburgs was? Nieuwelingen moesten zich daar maar aan aanpassen. Qua sportieve prestaties kies ik de drie jaren bij Bayer Leverkusen waar we een topteam hadden en in de Champions League de sterren van de hemel speelden. De beloning was mijn transfer naar Liverpool FC, mijn jongensdroom. Maar hiermee was de koek nog niet op, want na nog eens drie seizoenen HSV besloot ik bij Alemannia Aachen mijn carrière af te bouwen. Het toetje bleek echter een hele taart! Wat ik daar allemaal nog heb mogen meemaken, onbeschrijfelijk! Bekerfinale gehaald (MS als tweede Bundesligaclub nota bene), UEFA-cup gespeeld en natuurlijk de promotie naar de Bundesliga. Rustig afbouwen was er niet bij, het ene succes werd door het andere overtroffen.

Q: Heb je goede vrienden overgehouden aan het voetballen?
A: Ik heb overal met plezier gespeeld, was vaak de lieveling van het publiek en ben nergens op een vervelende manier weggegaan. Spelers en oud-spelers die ik nog geregeld zie en als vrienden beschouw zijn Roberto Lanckohr (collega bij MVV), Jan Heintze (collega bij PSV en Bayer Leverkusen) en Martin Pieckenhagen (collega bij HSV en tegenwoordig keeper van Heracles). Een paar maanden geleden ben ik nog op bezoek geweest bij Sander Westerveld die in de jaren dat ik in Liverpool speelde daar het doel verdedigde en nu op Mallorca woont.

Q: Je hebt overal waar je speelde gescoord, behalve nou net niet voor Liverpool. Smetje op je glansrijke carrière?
A: Hoho, laat ik dat even rechtzetten. Ik heb wel gescoord, niet in de Premier League, maar in een bekerduel tegen Hull City. Kijk, bij Liverpool had ik natuurlijk niet de minste concurrenten. Ga maar na, Fowler, Owen en Heskey, drie Engels internationals die je natuurlijk niet even uit de basis speelt. Toch heb ik in totaal 25 competitieduels gespeeld waarvan ik er negen in de basis ben gestart.

Q: In Liverpool had je de bijnaam ‘The Butcher’. Licht toe.
A: Makkelijk zat. Ik kom uit een slagersnest, tel daarbij mijn manier van spelen op en je komt uit bij mijn bijnaam. Spelen deed ik altijd met het slagersmes tussen de tanden. Hard werken en flink hakken.

Q: Je bent gestopt op je 36ste. Het was mooi geweest?
A: Ik wilde mijn actieve voetballoopbaan eindigen in Aken. Heb daar nog drie jaar lang 40 wedstrijden per jaar gespeeld, een aantal wat al ruim boven mijn verwachting lag. Herstellen na een wedstrijd ging steeds moeizamer en ik vind dat je moet stoppen op je hoogtepunt. Ik heb alles bij elkaar 20 jaar in de voetballerij gezeten en in Duitsland ga je altijd in trainingskamp. Dan heb je alle hotels wel een keertje gezien en weet je dat je klaar bent. Ik heb van Alemannia een afscheidswedstrijd aangeboden gekregen die ik van mijn leven nooit meer zal vergeten. Ontroerend om te zien dat zoveel spelers speciaal voor jou naar Aken komen afzakken. Zo speelden o.a. Frank Verlaat, Christian Ziege, Hans van Breukelen, Luc Nilis en Ronald Waterreus mee.

Q: Je bent assistent-trainer bij Alemannia geweest. Koester je nog ambitie in het trainersvak?
A: Op het moment niet nee. Bij Alemannia trad ik twee maanden na het beëindigen van mijn voetbalcarrière tot de trainersstaf toe. Achteraf gezien was dit geen goede beslissing. Jongens waar ik vlak daarvoor nog mee speelde, moest ik nu wel of niet opstellen en dat werkt niet. Opereren ónder iemand ligt me trouwens ook niet. Ik trek liever mijn eigen plan.

Q: Ik heb begrepen dat je door MVV bent gevraagd toe te treden tot de technische staf. Waarom heb je nee gezegd?
A: Omdat het toen niet het juiste moment was. Q-Park had net het sponsorcontract niet verlengd en Maaskant ging naar NAC. Laat ik eerlijk zijn: MVV zit in mijn hart en ik vind absoluut dat een club met zo’n uitstraling in de Eredivisie thuis hoort. Maar om goed te voetballen moeten de randvoorwaarden in orde zijn. Die krijg je in orde met geld en een stabiele hoofdsponsor. Wat dat betreft zijn voor mij de mogelijkheden hier in Aken veel groter.

Q: MVV in je hart, oké, maar hoe zit het met je Sjenggehalte?
A: Haha, ik vrees vrij laag. Ik ben en blijf een boer uit Meerssen en daar ben ik trots op ook!

2. Zijn huidige werkzaamheden

Q: Wat doet een voetbalmiljonair na zijn carrière? Niet veel lijkt mij zo…
A: Dan vergis je je! Meteen na mijn afscheidswedstrijd heb ik een boek uitgebracht over mijn jaren bij Alemannia, getiteld ‘Drei geile Jahre’. Hier zijn bijna 9.000 exemplaren van verkocht. Drie dagen per week ben ik aan het werk voor Alemannia. Het nieuwe stadion telt straks 32.500 zitjes, 1400 business seats en 28 loges. Mijn taak is deze te vullen. Je moet je daarbij voorstellen dat ik voornamelijk sponsors werf. Niet alleen in Duitsland, maar ook in Nederland. Parkstad is ook voor ons een interessant gebied. Twee afslagen na Kerkrade ben je in Aken. En zeg nou zelf, kijk je liever een pot voetbal tussen 12.000 toeschouwers of tussen 32.500 man?

Q: Wat doe naast je werkzaamheden voor Alemannia?
A: Eén keer per drie weken presenteer ik het sportprogramma van TV Limburg. Er komt trouwens binnenkort een geheel nieuwe opzet van het programma. Met TV Limburg verhuizen we naar een nieuwe, professionelere studio te Roermond. Ik ben bij het programma terechtgekomen nadat ik er als gast werd geïnterviewd door Marcel Penders. Tijdens het latjetrappen verloor ik de weddenschap en moest als ‘straf’ van Lanaken, mijn thuisadres, trimmen naar Sittard. Ik heb het gehaald en werd vervolgens toegevoegd aan het tweemans presentatorenteam bestaande uit Marcel Penders en Maurice Graef. Voetballen doe ik trouwens ook nog steeds en wel bij het derde van S.V. Meerssen. Erwin Brepoels is daar mijn teammaat dus ga er maar vanuit dat we naast voetballen ook een flinke pot feesten. Omdat ik me graag voor goede doelen inzet ben ik enkele jaren geleden toegetreden tot de Ronde Tafel 174, waar ik dit jaar voorzitter van ben. Ons belangrijkste wapenfeit is het organiseren van het jaarlijkse Oktobergala in de Bonbonnière. Dit jaar vond de 12de editie plaats en het was wederom top! Met de opbrengst hebben we Stichting De Knoevel een dik pak euro’s onder de riem kunnen steken.

3. Mening over FC Limburg

Q: Laatste vraag en meteen de pikantste: hoe denk je over FC Limburg?
A: Deze vraag wordt mij vaak gesteld omdat ik er een duidelijke mening over heb. Die luidt: er is in Zuid-Limburg maar plaats voor één club. Ik heb echter niet de illusie dat die er komt, deze kans is vijftien jaar geleden weggegooid. De enige manier van overleven is het hebben van een groot stadion en een grote hoofdsponsor. Simpel. Natuurlijk zouden de beginjaren van een eventuele fusie gepaard zijn gegaan met problemen, maar de nieuwe generaties supporters zullen minder sentimenten kennen dan de generatie die de fusie meemaakten. Het ergste vind ik eigenlijk nog dat er zoveel Limburgs voetbaltalent wordt verbruikt. Noem jij me nog eens een Limburgse speler van het kaliber Van Bommel of Zenden? FC Limburg had een kweekvijver voor dit soort jongens kunnen zijn...

Sympathieke gast die Erik Meijer. Mooi ook om te zien met hoeveel respect hij bij Alemannia wordt bejegend. Buiten het interview hadden we het kort over zijn boek ‘Drei geile Jahre’ (godzijdank wist ik dat het Duitse ‘geil’ niet dezelfde betekenis draagt als onze variant..) en hoe dit tot stand is gekomen. Erik vertelde mij tussen neus en lippen dat hij nog altijd met het idee rondloopt zijn hele carrière te vereeuwigen op schrift. Erik, bij dezen: ik hou me van harte aanbevolen! Samen maken we er een geil boek van!

Website Alemannia Aachen:
www.alemannia-aachen.de
Website Ronde Tafel 174:
www.rt174.nl
Website Stichting de Knoevel:
www.stichtingdeknoevel.nl

maandag 3 november 2008

INTERVIEW MET MARC DE HOND, AUTEUR KRACHT

Getroffen door de emotie die het boek ‘Kracht, het nieuwe leven van een optimist’ bij me opriep, besloot ik contact te zoeken met Marc en waar beter te starten dan een bericht achter te laten op zijn weblog (vreemde vogels die bloggers ;-). Eens kijken of hij bereid zou zijn enkele vragen te beantwoorden. En dat was hij! Hieronder vind je Laboratoire insanité-stilo 10 hoofdbrekende vragen en 10 geestverruimende antwoorden.

Q: Ik heb in je boek weinig gelezen over je joodse achtergrond. Heeft (religieus) geloof geen rol gespeeld in je herstelproces?
A: Ik ben opgevoed volgens de joodse traditie en hou me ook aan bepaalde voorschriften zoals geen varkensvlees en schaaldieren eten. Ik zou mezelf echter niet gelovig noemen. Ik denk niet dat er een soort van rechtstreeks contact bestaat tussen mij en God. Kracht haal ik niet uit religie, maar uit mezelf.

Q: Opvallend vond ik de ruime aandacht die je besteedt aan je relatie met Vincent. Je noemt het zelf een haat-liefdeverhouding. Kun je nu, achteraf gezien, zeggen dat de resultaten die je hebt geboekt zonder hem niet mogelijk waren geweest?

A: Tja, dat zijn van die ‘wat als vragen’. Feit is dat ik ervoor gekozen heb me door Vincent te laten begeleiden en daarin heeft hij een puike prestatie geleverd. Hij is voor mij een enorme steun geweest. Ik weet niet of dit komt door de kinesiologie of door hem als persoon. Hij was voor mij enorm inspirerend en wist precies aan te geven welke stappen in welke volgorde te nemen.

Q: Is hij nog steeds je behandelaar?
A: Nee, al ongeveer een jaar niet meer. Ik kan me nu prima redden zonder zijn begeleiding.

Q: Zou je anderen adviseren hun heil te zoeken in de alternatieve geneeskunde?
A: Dat is voor iedere persoon en iedere situatie weer anders. Ik stond in het begin sceptisch tegenover de alternatieve geneeskunde en ik zou nog steeds niet kunnen aangeven of mijn progressie nu geboekt is dankzij de reguliere of alternatieve geneeskunde. Ik geloof niet in wonderen. Als je zelf de behoefte hebt nieuwe bronnen van geneeskunde aan te boren dan kun je een alternatief zoeken.

Q: Heb je nog op andere ‘alternatieve’ manieren hulp/advies gezocht?
A: Nee, zoals het in mijn boek staat zo is het gegaan. Een ontmoeting die het boek niet heeft gehaald, maar waar ik wel heel veel motivatie uit heb gehaald was het bezoek van oud-profwielrenner Gert-Jan Theunissen die na een fietsongeluk ook een dwarslaesie had opgelopen en dankzij keihard trainen nu weer bijna 100% mobiel is. Hierdoor ben ik ook zoveel aandacht aan de fietsoefeningen gaan besteden. Er bestaat een duidelijk verband tussen inzet en resultaat.

Q: Ik heb er volgens mij niets over gelezen, maar je moet jezelf onherroepelijk de ‘existentiële vragen’ gesteld hebben. Heb je enig inzicht in het feit ‘waarom jij’?
A: Waarom ik? Veel mensen hebben geluk, sommigen hebben pech. Ik had pech wat betreft de tumor in mijn rug. Nu was dat niet eens zo’n enorm probleem geweest ware het niet dat het ziekenhuis nalatig is geweest waardoor de situatie drastisch is verslechterd. De mens heeft geen garantie op een gezond lichaam waar je probleemloos 100 jaar oud mee wordt. Statistisch gezien krijgt een x-aantal mensen een tumor in de rug en bij een x-aantal gevallen wordt er in het ziekenhuis fouten gemaakt. Dus nee, ik heb niet geworsteld met het vraagstuk ‘waarom ik?’.

Q: Voel je rancune jegens het ziekenhuis?
A: Nee, geen rancune. Ik ben wel verdrietig en teleurgesteld over hoe het allemaal is verlopen. Kijk, waar gewerkt wordt vallen spaanders, ook medisch werk blijft mensenwerk. Waar ik wel ‘pissed’ over ben is het feit dat de medici nooit hun verantwoordelijkheid hebben genomen of hun excuses hebben aangeboden. Dat is in mijn ogen toch het minste wat je kunt doen.

Q: Hoe ziet je leven er nu uit? Wat zijn je hobby’s en waarmee breng je brood op de plank?
A: Qua hobby steek ik momenteel veel tijd in het rolstoelbasketbal wat de plek van voetbal heeft ingenomen. Brood op de plank brengen mijn werkzaamheden als presentator bij omroep LLiNK en commentaar voor RTL Poker. Tevens ben ik betrokken bij de nieuwe website Voetbal21 (
www.voetbal21.nl).

Q: Is er, naar jouw mening, voldoende aandacht voor mindervaliden in Nederland? Waar stuit je nog op obstakels die jouw inziens niet nodig zijn?
A: Nederland gaat slecht met zijn mindervalide inwoners om! Rolstoeltoegankelijkheid is vaak ver te zoeken. Probeer maar eens een gemiddelde winkel in te komen. Opvallend vind ik het dat er in de media en dan met name op televisie zo weinig mindervaliden te zien zijn. Ja, Lieke van Lexmond heeft een tijdje in GTST in een rolstoel gezeten, maar dan heb je het ook ver gehad. Wanneer er meer mindervaliden in beeld komen verdwijnt het taboe vanzelf, daar zet ik me tijdens mijn programma bij LLiNK voor in.

Q: Je hebt inmiddels flink gereisd. Zijn er andere landen waar de voorzieningen voor mindervaliden beter geregeld zijn?
A: Jazeker, als twee positieve uitzonderingen op de helaas negatieve regel moet ik de V.S. en Duitsland noemen. Daar wordt met veel respect omgegaan met de mindervalide medeburger en zijn de voorzieningen praktisch optimaal. Hier zou Nederland een wijze les uit kunnen trekken. Er is nog veel werk te verzetten om Nederland rolstoelvriendelijk te maken.

Duidelijke en heldere antwoorden. Opvallend vond ik de nuchterheid waarmee Marc zijn antwoorden formuleerde. Hier geen rancune over zijn lot, maar gewoon doorgaan met het leven en de mogelijkheden benutten. Wielen of benen, who cares? Vanachter mijn schrijfmachine wens ik Marc veel kracht toe bij zijn strijd voor een Nederland waar mindervaliden volwaardige burgers zijn en het taboe rond gehandicapten nu eindelijk eens voor goed en altijd doorbroken wordt!

zondag 12 oktober 2008

INTERVIEW MET SNUF, VOORGANGER VAN ULTRAS MESTREECH

Aan het woord dit interview: Snuf, voorganger van ULTRAS MESTREECH. Gefascineerd als Laboratoire insanité is over het optreden van deze ‘die hard fan’ besloot het hem uit te nodigen voor een interview. Contact leggen was nog niet zo eenvoudig. Geleerd door negatieve ervaringen uit het verleden met de media zijn de ULTRAS uiterst terughoudend geworden. Vaak worden hun acties en uitspraken verkeerd geïnterpreteerd en dat willen ze, begrijpelijk, kost wat kost voorkomen. Toch besloot Snuf mee te werken aan dit interview, overtuigd door het feit dat hij hier zijn verhaal kan doen. Dit interview geeft je een inkijk in de subcultuur van Ultrabewegingen in het algemeen en ULTRAS MESTREECH in het bijzonder. Wat drijft deze supporters om zoveel privé-tijd in hun club te steken en jaarlijks vele duizenden kilometers Nederlands asfalt te verslinden om MVV overal te volgen en te steunen.

Q: Eerst maar eens even je naam verklaren. Snuf, hoe zit dat?
A: Dan zijn we snel klaar. Mijn voornaam is Funs, lees ‘m achterstevoren en je hebt …?

Q: ULTRAS MESTREECH, wie, wat, waar, wanneer én waarom?
A: Laat ik eerst de algemene opvatting uit de wereld helpen dat we een verfclubje zijn. Dat zijn we niet! Onze groep is opgedeeld in commissies en één daarvan houdt zich bezig met het maken van de spandoeken. De wereld van Ultras bestaat uit codes en symbolen. Hét belangrijkste symbool is ons groepsdoek. Onze vlag is heilig en wordt ten koste van alles beschermd. De code is dat wanneer je jouw doek verliest (door eigen schuld of ten verdienste van een rivaliserende groep) je je als groep moet ontbinden. Ik kom niet sec voor het voetbal, als je het veldspel wilt zien kun je ook thuis naar tv kijken. Het maakt mij niets uit dat ik vaak met mijn rug naar het grasveld sta. Energie op de tribunes, dat is mijn passie. Je club te allen tijde aanmoedigen, binnen en buiten het stadion. Wij hebben de overtuiging dat onze aanwezigheid zeer zeker bijdraagt aan de prestaties van het elftal. We krijgen bijvoorbeeld ook veel positieve feedback van de spelers die ons letterlijk als een steun in de rug ervaren. Vooral met Winkens, Thiebaut, Daemen en Haastrup hebben we goed contact. Vorig seizoen tijdens de voor MVV-supporters verboden wedstrijd Helmond Sport - MVV zijn we het stadion van Helmond zo dicht mogelijk genaderd en hebben daar de spelersbus van MVV verwelkomd met vuurwerk. Meteen stuurde Winkens een sms om zijn respect voor deze actie te tonen. Dan weet je dat jouw inspanning je club helpt.

Q: Hoe je het ook draait of keert, de spandoeken springen het meest in het oog. Hoe komen ze tot stand?
A: Wijzelf bepalen wanneer we een nieuw doek ontwerpen. Aanleiding is altijd: wat willen we zeggen? Vorige seizoenen maakten we gebruik van landbouwzeil. Dit jaar gebruiken we stoffen doeken omdat we hiermee grafisch gezien meer mogelijkheden hebben. Code van de Ultras schrijft ook voor dat je een doek maar één keer gebruikt. Ons meest memorabele doek was dat tijdens de wedstrijd MVV-Fortuna seizoen 2007-2008 over de gehele lengte van de Angel-Side. Dan praat je over een doek van 70 x 10 meter. Materialen betalen we allemaal zelf. Meestal uit eigen zak, soms aangevuld met geld uit collecten of van sympathisanten.

Q: Ik noem je de voorganger van ULTRAS MESTREECH, is dit wel de juiste benaming?
A: In de wereld van Ultras heet degene die 90 minuten lang de troepen op de tribune aanvoert de ‘capo’. Deze term komt, net zoals de cultuur Ultras, uit Italië en betekent letterlijk ‘baas’. Ik ben degene die op de tribune bepaald wanneer welk lied gezongen wordt, wanneer de handen in de lucht gaan, het ritme van de drums enz. Ik heb inmiddels al drie megafoons versleten en sinds dit seizoen beschikking over een geluidsinstallatie. ULTRAS MESTREECH heeft geen echte leiders, de verhoudingen zijn zo gegroeid, afspraak is wel dat ik in principe de enige ben die de microfoon in handen heeft. Bovenal zijn we een hechte vriendengroep die dezelfde passie voor de club MVV en de stad Maastricht delen. In tegenstelling tot wat velen denken zijn wij niet op rellen uit. We zoeken het niet op, maar je weet natuurlijk nooit wat er kan gebeuren.

Q: Wat kunnen we dit seizoen in De Geusselt nog verwachten qua sfeeracties?
A: Je kunt beter aan de Tempeleers vragen wie stadsprins 2009 wordt…

Q: Wat is de rol van MVV binnen dit geheel?
A: Wij verwachten bepaalde privileges van MVV. Het is duidelijk dat onze acties de sfeer in het stadion en de prestaties op het veld ten goede komen. Het gevolg hiervan is de hoge aantallen toeschouwers en de cirkel is rond. Eerlijk is eerlijk, we krijgen veel medewerking van het bestuur. Zo kunnen we op de wedstrijddag zelf de hele dag de sfeeracties voorbereiden. Niet alles is echter koek en ei. Zo blijft de club lastig doen over het gebruik van vuurwerk en mogen we vanaf de wedstrijd MVV-Veendam de spelers na afloop van de wedstrijd niet meer begroeten vanuit de hekken. MVV heeft ook een sfeerpot ter beschikking gesteld, maar daar willen we bewust geen gebruik van maken. We zijn en blijven onafhankelijk en bekostigen onze eigen acties.

Q: Jullie zien alle stadions van de Eerste Divisie-clubs jaarlijks van binnen. Tegen welke uitwedstrijd kijk je op en naar welke uitwedstrijd ga je met plezier?
A: Ieder seizoen kijk ik van de 19 uitwedstrijden opnieuw op tegen de matches tegen TOP Oss, BV Veendam, FC Emmen, Telstar, FC Omniworld, AGOVV en in mindere mate FC Eindhoven (daar spelen we tenminste nog ieder seizoen een thuiswedstrijd). Ik noem deze clubs niet om de te overbruggen afstand, maar omdat deze clubs in mijn ogen niet betaald voetbalwaardig zijn. Het is en blijft een schande dat een club als MVV tegen dit soort clubs moet spelen (hebben we nog niet eens over het feit dat ze net daar veel punten laten liggen). Toch gaan we altijd, omdat we geloven dat onze steun het elftal helpt naar de overwinning. Beter overal drie punten pakken zodat we volgend seizoen niet meer naar die kutclubs hoeven. Met plezier ga ik naar Venlo (VVV) en Volendam (FC Volendam), dat zijn uitjes die het voetbal overstijgen. Relaxte dorpjes waar je de hele dag ongestoord voor de wedstrijd met je vrienden kunt indrinken. Voor ons als fanatieke supporters is het een uitdaging om naar een andere club te gaan met een fanatieke aanhang, als voorbeeld kan ik hier Cambuur Leeuwarden en G.A. Eagles noemen. Laat ik ook dé derby Fortuna Sittard-MVV niet vergeten. Tussen ons heerst een gezonde rivaliteit zowel op de tribunes als op het veld. Toch fantastisch hoe we ieder jaar opnieuw de baas zijn in Sittard!

Q: Gedroomde wedstrijd?
A: MVV-Moffen (red. Roda JC). En dan in de nacompetitie waarbij wij de laatste nekslag toebrengen en de Moffen uit de Eredivisie stampen.

Q: Wat doen jullie nog meer als ULTRAS MESTREECH?
A: We organiseren ieder jaar twee supportersfeesten. Een kleiner feest in café de Gouden Ster in de winterstop en groot feest als afsluiting van de competitie. Daarnaast brengen we eigen merchandising uit. Niet om winst te maken, maar om groepsgevoel uit te dragen. Daarom zijn bijvoorbeeld sjaals ook in beperkte oplage verkrijgbaar, dat houdt de exclusiviteit erin. We hebben trouwens de rechten verworven om de merknaam MVV én het logo uit de jaren ’90 te gebruiken. Er liggen nu plannen op de tekentafel voor nieuwe stijlen artikelen. Onze merchandising kun je verkrijgen via de website (komt op korte termijn geheel nieuwe website), bij onze kraam onderaan de Angel-Sidetribune tijdens thuiswedstrijden en op de jaarlijkse Open Dag waar we goed vertegenwoordigd zijn.

Q: De start van het seizoen is niet bepaald succesvol te noemen. Wat verwacht je nog van seizoen 2008-2009?
A: De huidige stand is gewoon kut. Triest ook, zeker gezien het feit dat we een sterkere selectie dan vorig jaar hebben. Verliezen van Veendam is een doodzonde, zoiets mag niet meer gebeuren. Toch geloof ik in dit team, ik verwacht van hen dat ze voor het kampioenschap gaan. Vorig seizoen hadden we al kampioen kunnen en moeten worden. Als Maaskant maar niet rond carnaval zo opvallend met NAC was gaan flirten. Je zag de uitwerking op het team dat die periode vele wedstrijden op rij verloor en zo het kampioenschap verspeelde.

Duidelijke taal van deze jonge Capo. Opvallend hoe diep de passie voor MVV én de stad Maastricht zit. De slogan ‘Geboren uit liefde, gedreven door passie’ hadden ULTRAS MESTREECH niet beter kunnen kiezen. Liefde is: je club steunen in voor- en tegenspoed. Hier zullen deze gasten nooit mee stoppen, sterker nog, de groep is groeiende en heeft inmiddels een uitstekende reputatie in Ultrakringen in binnen- en buitenland opgebouwd getuige de vele belangstelling op internet en zelfs bezoekjes van andere Ultragroeperingen. ULTRAS MESTREECH COME ON, COME ON! Ik ben fan!

Meer ULTRAS MESTREECH? Check
www.ultrasmestreech.nl
Meer Ultragroeperingen uit Europa? Check www.europeanultras.com

zondag 28 september 2008

Interview met MVV-trainer Fuat Capa

Daags na de 0-3 nederlaag tegen SC Heerenveen sprak Laboratoire insanité op Klein Geusselt met MVV-trainer Fuat Capa. Wie is deze ‘Grote Onbekende’ die we meer en meer leren kennen? Wat drijft hem en belangrijker wat denkt hij bij MVV te kunnen bewerkstelligen? Het stramien is inmiddels bekend: tien vragen, de zielen open en bloot op tafel en antwoorden naar eer en geweten.

Q: Meneer Capa, kater overgehouden na de wedstrijd tegen Heerenveen?
A: Nee, niet echt, was wel zure nederlaag, maar een goed gevoel overheerst toch. We hebben laten zien goed tegenstand te kunnen bieden zelfs aan Eredivisietegenstanders, alleen qua effectiviteit zijn we afgetroefd.

Q: MVV oogt superfit zo aan het begin van de competitie, is hierin uw hand te herkennen?
A: Laat ik voorop stellen dat deze groep mij vanaf het begin zeer aangenaam verrast heeft. Ik hanteer drie parameters om mijn spelers te beoordelen: conditie, motivatie en professionaliteit. De voorbereiding op het nieuwe seizoen begint al twee weken na de laatste competitiewedstrijd. Ik heb mijn spelers tijdens hun vakantie loopschema’s meegegeven en daar heeft iedereen zich perfect aan gehouden. Zo konden we meteen scherp starten met de voorbereiding en hoefde niet eerst een achterstand in conditie te worden weggewerkt. De kern van het team is voor de club behouden gebleven en de nieuwelingen zijn direct opgenomen en van toegevoegde waarde gebleken.

Q: U bent vrij laat gecontracteerd en heeft zodoende geen inspraak in het oefenwedstrijdenschema gehad. Zou u dit komend seizoen anders willen doen?
A: Ja. Ik vind dat we, met uitzondering van Westerlo en Standard, tegen te weinig sterke tegenstanders hebben gespeeld in de voorbereiding. Ook de opbouw qua sterkte van tegenstander zie ik liever anders. Nu troffen we in het begin de sterke tegenstanders en op het eind de amateurploegen. Volgens seizoen wil ik dit omdraaien.

Q: Het is bekend dat MVV nauw samenwerkt met de Universiteit Maastricht, wat houdt deze samenwerking precies in?
A: Het voetbal van nu wordt naast topsport ook meer en meer wetenschap. De kennis op het gebied van fysiologie raakt meer en meer geïntegreerd met de sport. Onze medische begeleider Pie Castermans heeft nauwe contacten met de medische afdeling van de universiteit. Zij nemen voor ons fysiologische testen af bij de spelers. U moet dan denken aan testen op het gebied van kracht, conditie en snelheid.

Q: Over de trainingsaccommodatie Klein Geusselt wordt al jaren gesoebat, een club als MVV verdient toch een beter ‘home’?
A: Ik ben een persoon die altijd probeert het maximale uit hetgeen wat voorhanden is te halen. Tuurlijk dromen we allemaal wel eens van een trainingcomplex als Milanello, maar Klein Geusselt is Klein Geusselt en hier halen we op dit moment het maximale uit. Belangrijk is dat de organisatie achter MVV een enorme kwaliteitsslag heeft gemaakt, wat zorgt voor die o zo belangrijke stabiele basis. Aan deze basis kunnen de spelers zich optrekken. Een professionele organisatie kun je ook hier neerzetten, dat hoeft niet altijd bakken met geld te kosten.

Q: Mocht u de vrije hand krijgen in ‘Nieuw Klein Geusselt’, wat zou er dan verrijzen?
A: Mocht ik carte blanche krijgen dan zou ik allereerst de trainingsvelden aanpakken. Deze zijn, in tegenstelling tot de perfecte grasmat in De Geusselt, ondermaats. Daarnaast missen we een goed gefaciliteerd krachthonk en een Turkse hamman zou ook niet misstaan ;-)

Q: U bent als ex-trainer van een Turkse club wel wat gewend qua ambiance, wat vindt u van het Maastrichtse publiek?
A: In alle eerlijkheid in één woord fantastisch! Het is prachtig om te zien hoe de club weer leeft in de stad en hoeveel mensen met MVV naar bed gaan en opstaan. Als je ziet hoeveel energie en passie de Ultra’s in hun sfeeracties steken dan groeit de motivatie om hier iets moois neer te zetten nog meer. Maastricht verdient een elftal dat verzorgd spel laat zien en zeker thuis altijd voor de winst gaat. Ik heb in mijn trainersloopbaan altijd bij clubs gewerkt met een rijke traditie en dat zie ik hier ook terug.

Q: Was het lastig om als ‘onbekende’ trainer een mediakanon als Robert Maaskant op te volgen?
A: Robert heeft hier fantastisch werk geleverd. Onder hem is het zaaien begonnen, dit seizoen gaan we de vruchten oogsten. Ik vind het mooi om te zien dat hij momenteel ook in Breda floreert.

Q: Worden we kampioen?
A: (Glimlachend), deze vraag had ik al verwacht. Vraag tien personen wie kampioen van de Jupiler League wordt en negen zullen antwoorden VVV-Venlo of Excelsior. Ik denk van niet! De kampioen zal een verrassende zijn…

Q: Om voor eens en voor altijd de onduidelijkheid op te lossen: hoe zit het met uw achternaam?
A: In Vlaanderen en Nederland wordt hij meestal uitgesproken als ‘Kappa’. Klinkt goed, maar is niet juist. Op zijn Turks, mijn moedertaal, spreek je het uit als ‘Tsjapa’. (noot red. Capa is Turks voor ‘hark’, iets wat Fuat zeker niet is ;-)

Op mij komt Fuat Capa over als een rustige, intelligente man. Deze indruk had hij al tijdens de persdag van MVV op mij achtergelaten en is nu nogmaals bevestigd. Het feit dat hij zelf heeft gesolliciteerd, akkoord ging met een eenjarig contract en iedere dag drie uur woon-werkreistijd heeft (Capa woont nog steeds in Antwerpen) onderstreept zijn motivatie. Wars van arrogantie gelooft hij oprecht dat MVV op termijn kan uitgroeien tot een club met een uistraling gelijk FC Twente en FC Groningen. Om in zijn bewoording te blijven, “We zijn nu nog aan het wandelen, voor je het weet rennen we, vergeet niet hoe MVV er een aantal jaren geleden voorstond, we mogen dankbaar zijn voor de groei die de club sindsdien heeft doorgemaakt.”

dinsdag 9 september 2008

Een interview met Odin Wijnhoven a.k.a. Batteraof en Luc van Lijf a.k.a. Koejong. Is er lever na Zoeper?

Nadat Bas ‘Bef’ Siersema van de Pikkatrillaz de kop heeft afgebeten, waren het nu de mannen van Zoeper, de hélste feesbénd vaan Limburg, die aan de gevoelige tand werden gevoeld. Tien vragen, weinig bedenktijd en een lekkere pot bier leidden tot het volgende resultaat.

Q Hoe zit het ook alweer? Het begin en het einde.
A Het ontstaan van de groep ligt bij carnaval 1998 tijdens een concertavond in het toenmalige café Cretz & Co op de Tongersestraat. Na een live-avond met een line-up van punk- en hardcorebands zijn we spontaan op het podium carnavalsnummers met een ‘hardrocksausje’ gaan overgieten. Rond carnaval 1999 hebben we de knoop doorgehakt en de feesbénd gevormd. Eerst met meerdere mensen, uiteindelijk zijn we met zijn vieren overgebleven. De eerste single hebben we op de zolder van Kevin opgenomen, met een ronkende wasmachine als achtergrondsound. Het nummer ‘Ich bin in de kaffee gebore’ sloeg meteen aan en gemotiveerd door dat succes en het plezier dat we samen hadden zijn we verder ‘aon de geng’ gegaan. Het doek viel op de laatste zaterdag voor carnaval 2008 tijdens de Vastelaoftrap op de Vrijthof. Een ‘hinnevelmoment’, de kou was om te snijden, maar de Vrijthof stond bomvol, de mensen kwamen massaal de warme cafés uitgestroomd om ons een laatste eer te bewijzen…

Q Missen jullie Zoeper?
A Zeker, absoluut. Iets waar je bijna tien jaar lang intensief mee bezig bent, daar moet je als het ware van afkicken. Net zoals de vele pannen bier die we in die tien jaar hebben verstouwd. Zoeper was toch ons kindje dat werd opgevoed door vier papa’s. We zien elkaar nog geregeld, was dat in de Zoepertijd praktisch dagelijks, nu is dat wekelijks, Joie de Vivre is ons verzamelpunt waar we nog geregeld toosten op ‘the good old days’ ;-)

Q Queen deed het, The Police deden het, Zoeper doet het? Een comeback?
A Dat valt nooit uit te sluiten… Voorlopig echter niet, het is heerlijk niets te hoeven. Maar ook bij ons kruipt het bloed waar het niet gaan kan. We krijgen overigens nog geregeld aanbiedingen, vooral voor optredens op bedrijfsfeesten en van cafés uit Midden-Limburg. Zo kregen we daags naar onze laatste show op het Vrijthof een aanbod van een café uit Roermond. Een flinke zak duiten, opgehaald met limo, diner, de hele rataplan. Hebben we niet gedaan, uit principe, klaar is klaar! Trouwens onze site is nog steeds online…

Q Batteraof, Koejong, wat moet een mens doen om zo’n naam te verdienen?
A Die roepnamen zijn als een grap begonnen. Net zoals ‘echte’ artiesten gaven wij elkaar onderling ook bijnamen, oude Mestreechse roepnamen. De andere twee heten Gamin en Vluupik. De naam Zoeper is lekker ambigu (red. meerdere betekenissen voor één en hetzelfde woord). Met Duits accent wordt het ‘super’, op zijn Maastrichts 'iemand die zuipt'. In België werden we vaak aangekondigd als De Zoepers. Tja, zo’n naam moet je dan ook waarmaken.

Q Tien jaar muziek maken en optreden, rijk geworden?
A Ja! Stinkend rijk, van ervaringen welteverstaan. We hebben in al die jaren in totaal zo’n 8.000 cd’s verkocht, van de eerste single werden meteen 1.000 stuks verkocht. Omdat we altijd veel tijd en geld in de cd’s staken, we probeerden iedere keer een hebbedingetje te maken, investeerden we al ons verdiende geld in opnames. We hebben kansen gehad om ‘commercieel te gaan’, maar dan hadden we ons repertoire/dialect moeten aanpassen om zodoende ook buiten de provincie op te treden. We hebben wel altijd genoeg geld verdiend om de drankrekening te betalen.

Q Hebben jullie wat met (Maastrichtse) dialectmuziek?
A Nou, eigenlijk niet nee. Er zijn geen dialectartiesten waar we warm van worden. We zijn allen veel met muziek bezig, maar dan echt wel andere genres, denk aan jazz, hardcore, rap en ska. Thuis luisteren we echt niet het hele jaar door naar carnavalsmuziek of zo. Begrijp ons niet verkeerd: we kunnen met alle artiesten binnen het wereldje door één deur. In de beginjaren werden we vaak meewarig aangekeken omdat we verandering brachten. We wilden dan ook het jongere publiek meer bij carnaval betrekken. Op den duur viel ons op dat collega-artiesten vaker voor de ‘hardere’ stijl gingen, voor ons een bevestiging dat ze beter naar hun doelgroep luisterden en dat onze muziek bij het publiek aansloeg.

Q Is er nog lever na Zoeper?
A Meer lever zelfs! Onze levers zullen vast en zeker meer opgezwollen zijn dan in de pre-Zoepertijd. Onze bierconsumptie lag hoog, we waren dan ook boven alles een vriendenkliek die met hun act de drankrekening probeerden te betalen. Vergis je trouwens niet in de hoeveelheid bier die we uit het publiek kregen aangeboden. Aangezien wij netjes zijn opgevoed, keken we een gegeven paard niet in de bek! Hoogtepunt was toch wel die zaterdag in 2003. We waren voor de eerste keer geboekt voor de Zoepkoel. Met eigen bus reden we, het interne systeem nog lam van de vorige nacht, naar Venlo. Daar aangekomen hadden we vijf trays bier meester gemaakt. Strontzat stonden we op het podium, acterend op de automatische piloot, geen mens die iets in de gaten had. Na Venlo hadden we nog zeven optredens voor de boeg verdeeld over Maastricht en Midden-Limburg. Laat in de nacht eindigde een dag vol bier en plezier, in comateuze toestand hebben we het nest opgezocht.

Q Zoeper, luistermuziek of kijkband?
A 100% kijkband. Onze kracht waren de liveoptredens. Energie, humor, synergie, op het podium lukte alles en waren we één team. Wij waren geen band met een avondvullend programma en maakten zeker geen cd’s voor de zondagochtend. Zoeper moest je beleven, niet beluisteren. Zo hebben we in al die jaren slechts twee keer geoefend, de choreografie ontstond spontaan op de bühne.

Q Wat is het hardnekkigste gerucht over jullie stoppen?
A Dat we onderling ruzie hebben! We worden horendol van iedereen die vraagt waarom we zijn gestopt. Kijk de reden is simpel, we zijn op ons hoogtepunt gestopt. Voor ons maakte de spanning plaats voor routine, je blijft hoe dan ook binnen een beperkt circuit rondjes draaien. Daarbij hebben we nooit de intentie gehad ‘fulltime’ artiesten te zijn. Wil je groter worden dan heeft dat consequenties voor je sociaal leven en maatschappelijke carrière.

Q Wat was/waren de hoogtepunten Zoeper?
A Hét hoogtepunt is dat we altijd de regie in eigen hand hebben gehouden, werkelijk alles regelden we zelf. Zoeper bestond ook niet uit vier, maar uit vijf bandleden. D’n Duitendeef was onze manager die alles regelde, wij waren verwende diva’s die op het podium alleen maar ons ‘ding’ hoefden te doen. Grappig was dat Bokkie Bokkie Bêh een heel eigen leven in Duitsland is gaan leiden, waar het een hit in de discotheken was. Als MVV-supporters lopen ons ook nog altijd de rillingen over de rug als onze MVV Medley uit de boxen in De Geusselt knalt, kom op, kom op, kom op, kom op, kom op, kom op, koooooom op! We zijn gedraaid op 3FM, zijn carnavalsband van het jaar geweest bij ‘Man bijt hond’, hebben de hoogste onderscheiding van De Tempeleers ontvangen en staan op de DVD ‘’t Sjoenste Leedsje (te bestellen via http://www.ppdocu.com/) om maar wat te noemen.

Tot zover de vragen. Het was mooi om te zien dat De Zoepers nog altijd een glimlach op de mond en een twinkeling in de ogen krijgen als ze over hun decennium ‘Zoepertje spelen’ praten. Wellicht gaat het ooit weer kriebelen en klinken nummers als ‘Oonkoontènt’ en ‘Oonder de plak’ als vanouds over de Vrijthof. Ik zal er in ieder geval niet treurig om zijn. Voorlopig zullen we het moeten doen met cd’s, via de webshop is nog kleine voorraad te bestellen. Mocht er iemand in het bezit zijn van oud fotomateriaal dan is dat van harte welkom. Via de website
http://www.zoeper.nl kan een mailtje worden gestuurd.

zaterdag 2 augustus 2008

Interview met Pikkatrillar Bas 'Bef' Siersema

Laboratoire Insanité zal vanaf nu geregeld interviews plaatsen met BL’ers (bekende Limburgers). Mensen die iets bij te dragen hebben aan de Limburgse cultuur, mensen die hun beroep of hobby uitvoeren met liefde en passie, kortom mensen die écht iets te vertellen hebben. Degene die de eer heeft de spits af te bijten in deze reeks is Bas ‘Bef’ Siersema, één van de mannen van dialect rapgroep ‘Pikkatrillaz’.

Q Waarschijnlijk voor de duizendste keer, maar nog één keer dan, wat betekent jullie naam?
A Tja, inderdaad is dit de meest gestelde vraag. Het woord an sich heeft geen betekenis, het is een niet bestaand woord. Toen we als groep net begonnen hadden we nog geeneens een naam, tijdens het drukken van onze eerste cd slingerde één van de leden een andere als scheldwoord 'pikketriller' naar zijn hoofd. Dit woord was zo hilarisch dat we besloten het vanaf toen als groepsnaam te gaan gebruiken. Het blijkt trouwens nogal lastig te zijn onze naam goed te spellen en uit te spreken. Zo zijn we wel eens aangekondigd als de Piekatriljas (op zijn Spaans).

Q Als we dan toch met naamsverklaring bezig zijn, hoe verdient iemand de nickname ‘Bef’?
A Laten we het bij de gekuiste versie houden: tijdens mijn middelbare schoolperiode is deze bijnaam spontaan ontstaan. Was het eerst nog ‘Befke’, later werd het ‘Bef’. Toen ik mij begon te interesseren voor graffiti heb ik deze nickname gelijk geadopteerd als ‘tag’ en hem nooit meer afgeworpen.

Q Sinds wanneer bestaan de Pikkatrillaz?
A Wij zijn negen jaar geleden opgericht (1999). Waren we toen nog met 6 leden, de laatste jaren zijn we met zijn vijven. Vijf vrienden uit De Heeg en Malberg die allen de liefde voor muziek deelden en delen. Alleen ik ben nog trouw gebleven aan mijn ‘barrio’ en woon nog in De Heeg, de andere jongens zijn inmiddels elders over Maastricht e.o. uitgevlogen.

Q Wat zie je als jullie grootste succes? Waar ben je het meest trots op?
A Toch in de eerste plaats op het feit dat we als groep al negen jaar samen zijn. In die negen jaar hebben we 9 cd’s uitgebracht. Hoogtepunt muzikaal gezien was toch zeker de ING Oeuvreprijs voor het Limburgse Lied, welke ons in 2003 op een buitenpodium in Venlo werd uitgereikt. ‘Gruuts’ ben ik ook op de gezamenlijke releases met gearriveerde carnavalsgroepen als Ziesjoem, Zoeper, Beppie Kraft, Frans Theunisz en Johnny Blenco. We hebben twee keer de Zoepkoel gedaan (2003 en 2004). In 2004 zijn we herhaaldelijk op radio 3FM gedraaid, we hebben inmiddels al 5 Limbo Top 10-noteringen te pakken, zijn in 2005 drie maal op de nationale tv geweest en in datzelfde jaar heeft Claudia de Breij ons de VARA Live song for Bush Award uitgereikt (n.a.v. Bush’ bezoek aan begraafplaats Margraten, waar wij overigens als enige een ‘tegenlied’ hadden ingezonden). In 2006 hebben we door Nederland getourd met de Osdorp Posse en gespeeld tijdens het 20-jarig jubileumconcert van Rowwen Hèze, waarvoor we speciaal hun nummer ‘Lucht’ hadden vertaald naar het nummer ‘Loch’. Trots vult ook mijn hart wanneer ik aan ons laatste ‘kindje’ denk: Drop of d’r Oonder, verreweg het beste wat we ooit hebben gereleast.

Q Hoeveel optreden per jaar hebben jullie en waar overal?
A Rond de 50 à 60 optreden. Je komt ons in heel Limburg tegen.

Q Hoe zijn jullie te boeken?
A Aangezien wij self supporting zijn kun je ons rechtstreeks boeken via onze website. Een standaard set duurt ongeveer 30 à 40 minuten en kost € 250,- (en een kratje bier ;-).

Q Waar zijn jullie op korte termijn te bewonderen?
A Volgende week (week 32) zijn we live te bewonderen op L1 en TV Hasselt, enkele dagen later geven we een show weg op Knastercross te Geulle.

Q Waar is jullie nieuwe full lenght cd ‘Drop of d’r Oonder’ te koop?
A De cd-release was op 9 mei jongstleden, vanaf juni is de cd te koop bij Van Leest (in heel Limburg), bij Muziekland (winkelcentrum Brusselse Poort), natuurlijk via onze website en tijdens concerten. De cd kost € 15,- (via de site www.myspace.com/debeatshop kun je nu profiteren van de speciale zomeraanbieding: T-shirt + cd voor € 20,-, i.p.v. normale prijs € 27,-). Onze platenmaatschappij RE Music is op dit moment nog in onderhandeling met de Free Record Shop en Media Markt om ook daar onze cd in de schappen te krijgen).

Q Wat verwachten jullie van de nieuwe cd en vanwaar die enigszins fatalistische titel?
A We hebben veel tijd, creativiteit en energie in onze laatste cd gestoken. Iets wat zich ook duidelijk laat horen. We hebben een promotie- en distributiedeal met RE Music waardoor we bij een veel breder publiek onder de aandacht worden gebracht. Deze aandacht creëert een enorme spin off. We zijn ervan overtuigd de reguliere oplage van 500 cd’s te zullen overstijgen. ‘Drop of d’r Oonder’ is niet zomaar een lukraak gekozen titel. Deze cd is een testcase voor onszelf. Kunnen we een divisie hoger gaan spelen, gaan de middelgrootte en grootte zalen in het clubcircuit ons nu boeken?. Op deze vragen moet deze cd antwoord gaan geven. Bovenal blijven we een vriendenclub en blijft plezier in wat we doen het allerbelangrijkste. Zo vieren we volgend jaar ons tweede lustrum.

Q Gaan jullie de lege plek die Zoeper heeft achtergelaten innemen?
A Nee, dat denk ik niet. Wij zijn geen carnavalsact pur sang. Wij hebben als dialecthop-act een eigen plek verworven. Feit is wel dat wij carnaval een warm hart toedragen.

Q Hebben jullie last van ‘copycats’, acts die jullie na-apen?
A Nee, daar hebben we geen last van. Het is natuurlijk wel duidelijk dat verschillende ‘nieuwe sterren aan de horizon’ zwaar door ons geïnspireerd zijn. Ik noem dan als voorbeelden Rebzjie en Sjengremixes. Een groep waar wij zelf veel van verwachten is Flexxfit.

Q De discussie over het al dan niet een bedreiging voor de platenindustrie zijnde online services zoals LimeWire is niet nieuw. Hoe staan jullie hier tegenover?
A Positief! Hoe meer nummers van ons worden gedownload des te beter. Sterker nog, onze vorige cd was geheel gratis via onze website te downloaden. Een service waar wij overigens voor moesten betalen!

Tot zover de vragen. Wat me opviel tijdens het interview was de passie waarmee Bef (en ik neem aan dat dit ook voor de rest van de jongens geldt) over hun muziek sprak. Het feit dat ze werkelijk alles zelf doen (teksten, merchandising, clips, organiseren van festivals zoals Rechtstreeks uit het Zuiden, website) geeft aan dat dit meer dan een hobby is. Hun maatschappelijke geëngageerdheid is sterk ontwikkeld. Ze maken zich oprecht kwaad over de vergrijzing van Maastricht en het ontbreken van een bloeiende popcultuur, iets wat nou net nodig is om de jeugd voor de stad te behouden. Deze vijf gasten met een hart voor de Maastrichtse cultuur en het Maastrichtse volk missen in dezen vaak medewerking van de gemeente. Ze zijn overigens een stichting die zich als doel heeft gesteld: “meer acceptatie van dialectgebruik binnen eigentijdse muziek”. Mooi toch? Niet geld is hun drive, maar passie voor dialecthop.

N.B. Op korte termijn volgt hier een recensie van ‘Drop of d’r Oonder’. Laat ik alvast verklappen dat ondergetekende de nodige ‘sjevraoje’ had bij de eerste luistersessie… Kun je niet wachten, check dan eens www.pikkatrillaz.nl.